Menu

23 mei 2013

iMessage: De gespreksgeschiedenis lokaal bewaren

De berichten applicatie heeft een wisselwerking met iMessage in iOS en zorgt ervoor dat je berichten kunt versturen tussen iOS-apparaten en Macs. FaceTime is geïntegreerd in de applicatie, waardoor je heel eenvoudig een video-gesprek kunt starten vanuit het venster.

Je kunt ervoor kiezen om de iMessage gespreksgeschiedenis lokaal te bewaren op je Mac. Deze optie is niet standaard geactiveerd, volg hiervoor onderstaande stappen:

• Open de berichten applicatie
• Open de voorkeuren via Berichten ▸ Voorkeuren
• Klik op het tabblad ‘Berichten’
• Activeer de optie ‘Bewaar geschiedenis wanneer conversaties worden gesloten’

iMessage-gesch

De gespreksgeschiedenis wordt bewaard in de map iChats en deze kun je terugvinden in de map ‘Documenten’. Wanneer je de gespreksgeschiedenis niet lokaal bewaard wordt met behulp van iCloud automatisch de voorgaande gesprekken getoond in het berichten venster.

Meer tips over Berichten kun je hier terugvinden.




Gerelateerde tips:




Reacties


  • iMar 24 mei 2013 om 14:14

    Weet je dat wel zeker van die map iChats in de Documentenmap? Het is weliswaar zo dat de voorganger van de Berichten.app, iChat, op die plek z’n berichten bewaarde maar hoewel ik Berichten al een jaartje ofzo vaak gebruik, is de iChats-map leeg.

  • iMar 31 mei 2013 om 14:17

    update: iMessage bewaart de berichten inderdaad dus _niet_ in de iChats-map in de Documentenmap (~/Documenten/iChats) maar in ~/Bibliotheek/Messages/Archive

  • josee 2 september 2013 om 17:47

    Als ik dat vandaag activeer, worden de berichten vanaf vandaag lokaal opgeslagen. Kan ik ook oudere berichten vanaf m’n iPhone archiveren op de Mac? (Pagina’s lang, die ik graag als tekst wil bewaren).

  • Mariella 10 september 2014 om 10:02

    Ik zou ook graag willen weten, aansluitend op Josee of het mogelijk is om oudere berichten op de iphone, dus conversaties die ik niet heb gevoerd op de imac via de app berichten kunnen worden bewaard op de imac.

Een reactie toevoegen: