Menu

20 oktober 2009

OS X Terminal: Actieve internet verbindingen bekijken

terminal-png

Doormiddel van het OS X Terminal commando lsof is het mogelijk om te controleren welke applicaties en OS X systeem processen actief gebruik maken van je internet verbinding.

Je kunt dit controleren doormiddel van het onderstaande commando:

lsof -P -i -n | cut -f 1 -d " " | uniq

Hoewel de namen van de meeste applicaties/processen waarschijnlijk niet moeilijk te herleiden zijn kan het voorkomen dat er voor jou vreemde namen tussen staan. In dat geval kan je deze vaak eenvoudig identificeren door de naam in Google op te zoeken.

Het commando ziet er misschien een beetje ingewikkeld uit maar toch is het niet zo moeilijk.

Het eerste gedeelde lsof vraagt de naam gegevens op van de applicaties/processen -P -n met een openstaande internet verbindingen -i.

Het tweede gedeelte van commando cut haalt uit de output van lsof alleen de applicatie/process namen. Omdat een applicatie meerdere verbindingen geopend kan hebben worden ze doormiddel van uniq eenmalig weergegeven.

lsof-cut-uniq

Bron: www.commandlinefu.com

Dit artikel is verouderd en kan misschien niet meer van toepassing zijn in jouw huidige OS X (macOS) versie. Gebruik de zoekfunctie om te zoeken naar een recentere uitleg.




Gerelateerde tips:




Reacties


  • dyn 20 oktober 2009 om 12:49

    Het commando lsof laat trouwens alleen files zien. Met die -i optie zijn dat dus files die een netwerkverbinding nodig hebben. Door het cut commando strip je de hele output weg zodat je alleen de naam van de applicatie/proces overhoudt die file(s) heeft die een netwerkverbinding open hebben staan. Dit is dus GEEN lijst van alle applicaties/processen die een internetverbinding open hebben staan. Een overzicht van netstat laat toch hele andere zaken zien plus dat je ook zaken te zien krijgt die betrekking hebben op je LAN en niet je WAN. Als je beide outputs naast elkaar zet kun je een goed overzicht verkrijgen van applicaties/processen die zo’n actieve netwerkverbinding hebben.

    De -n is voor de conversie van ip-adressen naar hostnames. Deze conversie uitzetten levert een snelheidswinst op en indien je problemen hebt met de conversie (geen DNS beschikbaar of eentje die vaag doet) dan kun je deze optie gebruiken om de conversie uit te zetten. De -P (hoofdletter P) optie doet eenzelfde maar dan voor de portnumbers (omzetten van cijfertjes naar een naam). Dit deel ontbreekt helaas in de uitleg. Uiteraard kan men dit ook zelf vinden met een man lsof :)

    Overigens kun je met -i4 en -i6 de boel beperken tot IPv4 of IPv6 adressen.

  • Stijn 21 oktober 2009 om 15:38

    Welke toetsencombinatie moet je maken om zo’n rechte lijn te typen (om commando’s van elkaar te scheiden)? Ik heb al eens gekeken bij de “toetsenbordweergave” en verschillende toetsencombinaties geprobeerd, maar ik vind ‘m niet terug.

Een reactie toevoegen: